Overdenking van de predikant

DANKEN

Er is het bekende verhaal van een visser die met zijn vrouw Piggelmee woont in een eenvoudige pot. Op een dag mogen ze bij een vis een wens uitspreken. Ze wensen te wonen in een hut. Maar als hun wens wordt vervuld, komen er nieuwe verlangens: te wonen in een kasteel, koning zijn, daarna keizer en vervolgens paus. Ze gaan steeds terug naar de vis met een nieuwe vraag. En ze krijgen steeds wat ze maar wensen. Wanneer ze tenslotte “willen zijn als onze lieve Heer” komen ze weer terecht in hun oorspronkelijke pot! 

Sommige uitleggers zien in de vis een aanduiding van Christus. Misschien is het verhaal wel een typering van onze samenleving: we zijn vaak onverzadigbaar in onze verlangens. Er wordt veel misbaar gemaakt om relatief kleine tegenslagen. We zien veel uitingen van ontevredenheid, weinig van dankbaarheid.

Laat de kerk een tegenbeweging zijn in deze samenleving. Eén van de belangrijkste redenen om naar de kerk te gaan, kan zijn: om te danken, de Schepper te danken. We kunnen in de kerk oefenen in het danken. Deze herfsttijd is een tijd van neergang, weemoed, eindigheid. Maar het is ook een tijd van oogsten. Er is de dank voor ‘het gewas en de arbeid’. Vruchten worden verzameld van de bomen en de velden. Ook als we geliefden gedenken die we uit handen moesten geven, kunnen we danken voor liefde en het goede dat we ondervonden.

In kerkliederen danken we samen op verhoogde toon. Zoals in het bekende ‘Dank, dank nu allen God…’. Het is een berijming van enkele verzen uit het boek Wijsheid van Jezus Sirach: ‘Prijs dan nu de Heer van het heelal, die alom grote dingen doet, die van de moederschoot af de mens groot maakt en met hem handelt naar zijn barmhartigheid. Hij geve ons blijdschap van hart en vrede in onze dagen…’ (50: 22v). In de Duitse lutherse traditie is het als een tafellied bekend geworden. Bidden is niet allereerst van alles vragen, maar vooral danken voor wat ons al gegeven is.

ds. Derk Jan Deunk

Oktober 2019